Le Refuge du Sélé

Het is zondagmiddag 17:00 uur. De laatste verhuurde boot is helaas iets te laat de haven binnen komen varen, maar als die netjes in de box ligt kan ik het Havenkantoor sluiten. Mijn motor staat op me te wachten en daarnaast staan mijn ouders en de kinderen van mijn zus. Ze willen allemaal afscheid nemen voordat ik vertrek. De poppenkast voelt een beetje overdreven, alsof ik weer een jaar weg ga. Mijn hoofd staat ook helemaal niet op ‘afscheid’ stand, mijn hoofd staat op ‘ik mag eindelijk naar de bergen’ stand.

Begin juni 2018 kwam ik terug van een wereldreis. Vanaf dat moment woon ik in Winschoten. Hier ben ik tante, schrijfster en freelancer. Avontuur zoek ik in de klimhal en op het water. Rust vind ik als ik schrijf, werk en muziek maak, maar ik mis de wildernis.

Lang heb ik nagedacht over een volgend avontuur. De meest onvergetelijke sprookjesachtige momenten waar ik verliefd werd op de schoonheid van de wereld waren midden op de Stille Oceaan, in de Grand Canyon en middenin de wildernis van Utah Moab. Zal ik weer naar Amerika gaan? Nieuw-Zeeland? Canada? What’s next? Uiteindelijk is mijn keuze gevallen op natuurgebieden in Frankrijk. Niet te ver van familie, meer zon, meer wildernis en nog steeds een stabiel land. Misschien zou ik daar willen wonen?

Toen ik Sylvano leerde kennen bovenop de klimtoren begreep ik dat hij een zelfde soort plan had. Hij is al een paar keer naar de Franse Alpen gegaan en wil daar misschien wonen. Toen hij me uitnodigde om daar naartoe te komen was mijn keuze snel gemaakt. Ik ga liever samen dan alleen en als je op dezelfde weg zit en dezelfde koers vaart voelt dat goed. Dus zondagavond 4 augustus reed ik 296 km naar Keulen en de volgende dag 989 km naar Vallouise. Als ik aan het einde van de dag in het dorpje mijn motor aan de kant van de weg zet om te kijken bij welk huis ik moet zijn wordt ik warm ontvangen door Louise, de eigenaresse van het appartement waar we verblijven: “Janneke! How are you? A blond girl on a motorbike… it had to be you!”

Foto: Sylvano Somboek. Links naar rechts: Sylvano, Louise, Dan en Dylan

Dinsdag beginnen we met een Via ferrata route, een route met ijzeren stangen die vast zitten in de bergen, waar je jezelf aan vast kunt zekeren en er zijwaarts overheen kunt lopen. Een dag later gaan we naar Refuge du Séle, een toevluchtsoord op 2511 meter hoogte dat in 1983 werd gebouwd op de rotsen van gletsjer du Sélé in het Écrinsmassief (ook wel Pelvouxmassief genoemd). Vanaf de berghut hebben we een goed uitzicht op Mont Pelvoux, de berg die Sylvano graag nog wil beklimmen. Lange tijd werd gedacht dat Mont Pelvoux de hoogste berg van Frankrijk was. Vanaf de Durance vallei gezien verbergt 🙂 ze door haar positie namelijk de top van de Barre des Écrins, de enige berg hoger dan 4000 meter die in zijn geheel in Frankrijk ligt. Voor onze wandeltocht van 13 kilometer (omhoog en naar beneden) staat 6 uur en 15 minuten waarbij we 984 meter omhoog gaan. Direct na de start begint het te regenen. We zijn al snel tot op ons ondergoed natgeregend en staan even stil onder een boompje. Het enige wat écht niet nat mag worden zijn onze telefoons. Omdat we erachter komen dat Sylvano zijn jas niet meer goed waterdicht is doen we beide telefoons in mijn Goretex jas. We zijn nu al twee uur onderweg en willen doorgaan. Het is een prachtige route door bos, rotsen, over en door een snelstromende rivier en uiteindelijk zo stijl omhoog dat we ons moeten vasthouden aan kabels die in de rotsen vastgemaakt zijn. Als mijn moeder het zou zien zou ze met haar vingertje wijzen: “Wees voorzichtig en zeg tegen Sylvano dat hij goed op je moet letten!”

Foto: Sylvano Somboek

In de omgeving van het kleine dorpje Vallouise-Pelvoux zijn veel mooie klimroutes. De overige dagen zijn we daarom volop gaan klimmen en ik heb ook mijn eerste multipitch klimroute gedaan van 200 meter omhoog. Ondanks de vele activiteiten en het fysiek uitputten van mijn lijf voel ik hier in het hart van het Parc National des Ecrins een bijzondere rust. Als ik in de hangmat zit en naar boven kijk tuur ik naar de wolken die elke seconde van vorm veranderen, luister naar het eindeloos stromende water van de rivier en vraag me af wat daar bovenop de berg zou zijn. Mijn nieuwsgierigheid wordt gevoed door het onbekende en ik voel me thuis in deze sprookjesachtige omgeving vol verborgen natuur. Zolang ik natuur kan blijven ontdekken voel ik me goed. Wil ik getriggert worden? Of gaat het er alleen om dat het onbekende bekend is geworden?

Nu ik weer terug ben kijk ik uit naar een jaar waar ik mezelf verder mag ontwikkelen op de schrijversvakschool in een cursus ‘Verhalende Journalistiek’. Mijn boek is nog niet af en krijgt meer prioriteit. Het volgende avontuur zal weer even op zich laten wachten maar in gedachten ben ik zo nu en dan in Vallouise.

Foto: Sylvano Somboek

De natuur liegt niet, natuur spreekt waarheid en je bent er kwetsbaar. Dat voelt goed.

1 Comment

Comments are closed.